Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Poteerden, een verloren traditie


Van Poteerden – Potèren - Potèrde – Potterre

Ewald Vancoppenolle
Klik op de foto's om te vergroten.

Klinkt vreemd en schijnt een soort dieventaal te zijn. Men spreekt ook van patère. Het woord vinden wij niet in een woordenboek noch bij Wikipedia. Het is een verbastering van het Franse woord “parterre” wat bloemperkje betekent. Een getuigenis uit 1940, genoteerd door Maurits Vancoppenolle in 1950 vertelde hem dat de jeugd tot op het einde van 19de eeuw, zelfs tot aan wereldoorlog I dat het in Brugge een traditie was dat jongeren langs de Brugse vesten tientallen poteerden maakten. Poteerden zijn geen zand- of zagemeeltapijten waarop de priester met het Heilig Sacrament over de tapijten wandelt bij een zeer plechtige Sacramentsprocessie. Het is veel simpeler en daardoor konden kinderen het zelf maken en pareren. Het is een eenvoudig volksgebruik dat echter totaal verdwenen is en voornamelijk in West-Vlaanderen voorkwam. In het boek “Enkele overleveringen en gebruiken van de Belgische folklore” (1940) vinden wij in deel II een verwijzing over poteerden bij de sacramentsprocessie in SInt-Amandsberg in Gent. Het moet dus al in 1940 zeer beperkt voorkomen. De traditie wil dat dit gebeurde tijdens het feest van de HH. Petrus en Paulus op 29 juni, een afgestelde Mesdag, feest dat buiten Oostende niet meer met luister gevierd wordt.

Voor wereldoorlog I wandelden de Bruggelingen langs de vesten en konden de tientallen poteerden bewonderen. Wat is nu een poteerde? Op laag wit zand werd meestal in hartvorm (zelden rechthoekig) bloemen en heiligenprentjes vastgepind, de bloemen, waarvan de keuze zich beperkte tot wat men in de onmiddellijke omgeving vond. Midden in de poteerde zette men een bedelpotje. Een ijzeren tas of een soepkom, waarin de voorbijgangers drinkgeld gooiden. De winst was voor de bengels een klein inkomen.

Het hart was 50 cm tot maximum een meter breed. Welke bloemen zag men in het witte zand: de blauwe korenbloem, nu met het gebruik van pesticiden verdwenen, die wij vroeger de Sint-Pietersbloem noemden stond naast de helrode kankerbloem (klaproos of kollenbloem) de witte veldmargrietjes en gele pissebloem (paardenbloem) gaven een klankkleur, soms aangevuld donkerrode truiselaars en kleine rozen. De wanden waren opgehoopt met wit zand alsof het een tuintje was. In de poteerde werden soms prentjes van heiligen geplaatst, die pastoors in die tijd die gretig uitdeelden.

 Men plaatste de poteerde net voor het huis zo niet langs de straat en liefst op de zandstrook langs de weg. De kinderen (eigenaars van de poteerde) hielden de wacht en keken verlangend uit naar de winst. “Meneere go wa geven vo mien poteerde?” Het waren toen kleine bedragen zoals een klute, (10 cent) een halve klute (5 cent) of een kartje frank (25 cent – onderdelen van de vroegere Belgische frank) Toen kon je met een kwartje frank vier spekken komen bij de bakker of bij het hoekwinkeltje van “ermenietjes” in de Zandstraat. Binnen strooide men een laagje fijn zand, blaadjes. Dikwijls was er een discussie soms ruzie onder de jongens onderling wie nu de mooiste poteerde had.

Poterre Poterre Poterre Poterre Poterre in de Titecastraat Sintin de Titecastraat in Sint in de Titecastraat Sintin de Titecastraat in Sint in de Titecastraat Sintin de Titecastraat in Sintin de Titecastraat in Sint in de Titecastraat Sint in de Titecastr
Poterre op de stoep van cafe Berg op en neer, Torhoutse Steenweg, Sint-Andries, 29 juni 1950. Personen zijn ons niet bekend. Foto: Maurits Vancoppenolle.

In 1947, 1948 en 1950 moesten wij met vader mee op zoektocht naar die poteerden. Te voet waren wij een ganse namiddag zoet en moe van rond te slenteren van Sint-Andries naar Sint-Michiels. Telkens trok vader Maurits een foto waar wij naast de eigenaars van de poteerden moesten poseren. Tot de jongens riepen: “Meneer geef je wat voor onze poteerde” was pa hardhorig en stapte hij door, ik taste in mijn schortezak maar ik had nooit een klute in mijn jas, dus de jongens hadden pech. In Loppem heeft hij ook foto’s genomen van poteerden. Bij het zoeken in de jaren 50 om te weten waar nog poteerden gemaakt werden vinden wij een nota en brieven dat men in Diksmuide voor het hoofdaltaar de zusters drie poteerden maakten op het Heilig Hartfeest. Ook in Watou en Reningelst maakte men poteerden tijdens de heilige Sacramentsprocessie.

Op de bovenste foto zien wij een pastoor in Diksmuide bij de Sacramentsprocessie door de poteerden stappen en het geduldige werk was meteen vernietigd. In 1952 hebben wij in het Sint-Lodewijkscollege een zaagmeeltapijt moeten maken met christelijke motieven. Toen de priester door de tapijten heen stapte vonden wij het een schande dat daardoor alles verdween. Bij mijn weten is dit niet meer herhaald, misschien het moment om in het nieuwe college éénmalig te hernemen.

In St-Andries werd in 1975 deze oude traditie nieuw leven ingeblazen. Een “poterrezetting” op 29 juni. Verrassend genoeg was het een voltreffer. Op de stoep voor het gemeentehuis hebben jongeren dit jaar mocgen deelnemen. Vele volwassen gooiden wat munten in het bedelpotje. De gemeente Sint-Andries zorgde voor wit zand. Bloemen en versieringen werd van huis uit meegebracht. Wanneer deze traditie stopte heb ik niet kunnen achterhalen.  Zij bestaat niet meer.

Bronnen:
Beertje, volkskundige Almanak 1948 “Van Potèrden of Pottèren“.
Enkele overleveringen en gebruiken van Belgische Folklore deel II. 1940? Uitgave Côte d’or.
Documentatie en brieven M. Vancoppenolle, o.m. van J.Delbaere, Rumbeke. Uitgeverij Morenland en Maurice De Muyt  uit Roeselare.
Kroniek van Sint-Andries nummer 10 en 14.